D.vanhove

Battle for the locks

 

Een website van Verbroedering Vaderlandslievende Groeperingen Mol

 

 

 

 

D. Van Hove

Onderpastoor St. Amands

Aalmoezenier Rijkskolonie

 

 

De landing in Normandië. Eindelijk !

 

 

De engelse radio had zo lang gesproken over hun toekomstige landing dat niemand er nog geloof aan hechtte, De Duitsers evenmin als wij. Groot was dan ook onze verwondering en vreugde wanneer we, op een morgen begin juni 1944, door de radio het nieuws vernamen dat de engelse en amerikaanse legers in Normandië geland waren en er vaste voet gekregen hadden. We zouden eerst later vernemen welk reuzenwerk die landing geweest was, en hoeveel mensenoffers ze gekost had. Maar het voornaamste was: de landing was gelukt, de Verbondenen hielden stand en gingen langzaam maar zeker vooruit. Zo verliepen een paar maanden van zware strijd, tot we vernamen dat de verbonden legers, zonder slag of stoot, Parijs hadden ingenomen, daarna Brussel en Antwerpen. Dus ook onze bevrijding was nabij. Niemand van ons kon op dat ogenblik vermoeden wat die bevrijding ons zou kosten ! De resten van het duitse leger, in allerijl uit Frankrijk gevlucht, trokken ook door onze gemeente, haveloos, in de grootste wanorde, met alle mogelijke vervoermiddelen. Ze gingen "nach der Heimat" zo dachten wij. Dat was de drie eerste dagen van september. De 2 sept. zaterdag avond, kraaide de rode haan op Elsum: enkele gemaskerden hadden de stenen molen van Elsum in brand gestoken zogezegd als weerwraak voor al het woekeren en bedriegen van de maal-der onder de oorlog, in werkelijkheid een bandietenstreek waardoor de schoonste molen van ons grondgebied vernield werd.

 

 

De Duitsers waren nu weg, maar de Tommies kwamen maar niet af. En wij die allemaal met onze Belgische vlag gereed zaten en met een paar woorden: good bye,Tommie, om hen te verwelkomen !

De 8 september was het Eerste Communie der kinderen. Voormiddags bleef alles kalm, 's namiddags begon het eerste bombardement van over het kanaal aan het Punt. Dat duurde ongeveer twee uren. Er vielen toen op onze parochie twee slachtoffers op de Pas: Edward. Vermeylen en Alfons Van Baelen.Afwisselend was het een poosje kalm, dan weer geschut. Iedereen bleef in de kelder waar het veilig was. Na een hevig bombardement 's zondags 's namiddags zagen we 'de eerste Tommies binnenrukken met hun tanks en hun glimlach. De mensen waren hun vreugde niet meer meester, alle gevaar was geweken, We waren bevrijd!

Maar 's maandags 's namiddags moesten de engelsen achteruittrekken omdat de beloofde versterking niet op tijd toegekomen was, en toen was het alsof de duitsers uit de grond oprezen. Het waren meestal jongeren, S.S. mannen, ongehoord brutaal en de meesten stomdronken. We zouden boeten voor onze vlaggen en voor onze sympatie voor de Tommies ! Dinsdag namiddag kwam er bevel dat al de mannen boven de 18 jaar, 's avonds voor 19 uur, over de Kempische vaart moesten op Ten Aart. Velen gingen uit schrik gefusilleerd te worden. Ook ZEIL Deken ging mee in ballingschap naar Kasterlee. hij heeft het zich niet beklaagd, want zo was hij in de gelegenheid om zijn verbannen parochianen te troosten en moed in te spreken. Eerw. Heer Van Alphen liet zich niet intimideren en wist ook zijn collega, Eerw.Heer Van Hove te overtuigen in de parochie te blijven en het maar te wagen. Voor degenen die achterbleven werden het dagen van vreselijke marteling. De engelsen waren terug woensdag morgen, nadat de overblijvende duitsers heel de nacht in de straten hun laatste kogels afgeschoten hadden. De vreugde bij de komst van de engelsen was ditmaal niet zo groot als de eerste maal. Iedereen dacht aan de burgers, de vaders en zonen die over het kanaal getrokken waren. Wat was er met hen gebeurd ? Waren ze gefusilleerd, waren ze verder voortgejaagd naar Holland of misschien zelfs naar Duitsland, zaten ze te midden van het gevaar bij de duitsers, of werden ze misschien zelfs als dekking gebruikt tegen het engels geschut ? We wisten het niet en we vreesden natuurlijk het ergste.

De gevechten bleven voortduren. De Duitsers hadden zich ingenesteld op Ten Aart en in de bossen van Kasterlee en Lichtaart. Van strategisch standpunt had dat niet veel belang voor de Engelsen, ze maakten eenvoudig een omweg, gelijk dat hun gewoonte was, en trokken over Mol verder. Eindelijk, na tien dagen gebombardeerd te zijn, gaven de Duitsers het op in Ten Aart en lieten onze medeburgers vrij. Nooit is er zo'n blijde intocht geweest als die dag toen we al onze vluchtelingen ongedeerd zagen terug komen - zij hadden het heel wat beter gehad dan wij - en toen eindelijk ook onze herder, ZFH. Deken, weer in de parochie verscheen. Bij die vlucht naar Kasterlee, in volle bombardement, gebeurde er geen enkel ongeluk, bij het terugkomen vielen er een drietal slachtoffers van Holven, door een ontploffing van een mijn langs de weg.

De aanblik van onze parochie was vreselijk treurig na het bombardement: overal puinen, uitgebrande huizen, grote gaten in muren en daken en in heel de parochie was er geen ruit meer geheel. Het hevigst was er gevochten op de wijken Willaars, Stokt en Doornboom. Alleen op S. Amandsparochie brandden meer dan dertig huizen totaal uit. De kerk van S. Dimphna werd dinsdag avond, 12 september, in brand geschoten. Het is nooit uitgemaakt of de Duitsers of de Engelsen dat op hun geweten hebben. Wij waren toen zo geweldig anti-duits dat het voor ons geen twijfel leed dat de Duitsers dat nog gedaan hadden vooraleer ons grondgebied te verlaten.

 

De S. Amandskerk bleef gespaard, hoewel zij ook een zeer zware tol betaalde: bijna al de glasramen verbrijzeld, een gedeelte Van het zijdak langs de noordenkant in brand geschoten, de gewelven in beide voorste koorkens ingestort, grote gaten in muren en daken.

 

Weinig huizen zijn helemaal onbeschadigd door het bombardement gekomen. Het kapelleke van Elsum werd ook zwaar beschadigd, insgelijks het Gasthuis en het klooster van de Zusters Annunciaten op de Pas, die allebei meer dan veertig voltreffers kregen op hun gebouwen.

 

 

Volgende huizen werden geheel of gedeeltelijk door brand of bommen vernield: (ik spreek alleen van de parochie S. Amands)

 

Doornboom:

L. Gielis-Wuyts - Alf. Wuyts-Gielis - L. Wuyts- Peeters

Steenweg naar Stelen: Fr. Peeters-Cools (Herstraat)

Willaars: Alf.Peeters-Van Eynde - Alf.Sterckx-Verachtert Alf.Belmans-Willams - Joz.Engelen-Boeckx(stal en schuur)

Winkelom : Fr. Vandeweyer-Van Dyck (Brukelstraat) Stoktakker: Fr. Bollen-Sterckx

Stoktstraat : L.Heyns-Van Doninck - L. Nuyts-Dillen J. Geukens-Gielis (schuur)

Poyel : L. Hermans-Slegers (gedeeltelijk)

 

Elsum:

FR. Verdonck-Wouters - Vannueten-Lemmens, Mols-Peeters - We Van Houdt-Van Geel (stal en schuur)

Torenstraat: Spaets-De Bie - Dillien-Hufkens

 

Pas :

K.Stuyck-Feetermans - Jan Geukens-Lemmens, Juffr. Huybrechts – W. Berghmans-Matheve

K.Van Regemorter-Wairy - K. Bellinckx-Alen - café Nieuwenhuyzen - Willems- Van Egdom

Sev. De Clercq-Van Lommel - Flor. Verherstraeten-Swinnen Jos Janssens-Vermander - Aug Weckhuyzen(Gérolt) Fr. Verhaert-Mathieu (Café het Rooske)

 

Waaiburg :

Lucie Slaets

 

Havermarkt :

Fr. Van Hove-Daems - Kinderen Wouters Nieuwstraat : Aug. Beirinckx-Hiel

Statiestraat: Mathieu-Pelgroms - Al.Van Doninck-Mertens

 

 

 

De zwaarste beproeving echter waren zoveel mensenlevens, 36 slachtoffers voor S. Amands alleen:

 

F.H. Jos Caers, bestuurder van de Handelschool (Diestbaan)

Lucien Bastiaens, kind van één jaar (Pas)

Severin De Clercq, gehuwd, één kind (Pas)

Alfons Van Baelen, gehuwd, twee kinderen (Pas)

Edward Vermeylen, gehuwd, drie kinderen (Pas)

Frans Dergent, gehuwd, twee kinderen (Pas)

Florentina Dams, gehuwd, twee kinderen (Stelenbaan)

Juul Segers, ongehuwd (Stelenbaan)

Constantia Verbraecken, gehuwd (Stelenbaan)

Lucie Vermeerbergen, gehuwd, oude vrouw (Stelenbaan)

Maria Brosens, gehuwd, twee kinderen (Statiestraat)

Anny Cools, ongeveer 14 jaar (Lebonstraat)

Jeanne Ooms, idem(Lebonstraat)

Juul Lievens, gehuwd, geen kinderen (Lebonstraat)

Maria Mols, echtgenote Louis Vos (Winkeloor)

Karel Sterckx, ongeveer 18 jaar (Willaars)

August Sophie en Rosalia Verwerft, echtgenoten en hun kinderen Emiel en Clementina Sophie (steenweg Punt)

Maria Van Thienen, echtg. Louis Verwerft (steenweg Punt)

Gulielmus Kerckhofs, oude man (steenweg Punt)

Jos Gebruers, ongeveer 10 jaar (Torenstraat)

Gebroeders Benedictus, Jaak en Victor Leysen (Torenstraat) Catharina Geerinckx, oude vrouw (Cameynestraat)

Henri Hufkens, gehuwd, twee kinderen (Cameynestraat)

Peperstraat : Max Feyen, oude man

Waaiburg: Egied Verhoeven, Oude man (gedood bij het vissen) Nieuwstraat: Victor Loots (oude man) Billemontstraat : Marcel De Dobbelaere, gehuwd

Doornboom: Louis Luyten, ongehuwd

Liessel: Louis Mellebeeckx, gehuwd, vier kinderen (politieagent) Henri Smets, ongehuwd

 

 

Na de oorlogsgebeurtenissen zijn er nog zeven slachtoffers door ontploffing van oorlogstuig :

 

Stelenbaan: Frans Deckx, ongeveer 12 jaar

Jos Helsen, idem

Heidebloemstraat: Richard Verachtert, ongeveer 14 jaar René Wouters, ongeveer 14 jaar

Elsum: Julienne Gilis, ongeveer 20 jaar

Maria Geudens, ongeveer 7 jaar

E. Geeststraat: Alfons Daems, egehuwd, 22 jaar.

 

Dan zijn er nog vele gekwetsten en verminkten vooral door ontploffingen van oorlogstuig: een oog kwijt, een been af, vingers af, enz...

 

De slachtoffers van de oorlogsgebeurtenissen werden begraven de 15 september op S. Dimphna kerkhof, in een gemeenschappelijke grof, achter op het kerkhof. . Monseigneur Van Eynde werd door Z. Em. de Kardinaal voor deze droeve plechtigheid gedelegeerd. Later, de 2 oktober, werd een plechtige Dienst opgedragen voor al de gesneuvelden van Geel, in St. Amandskerk. Deze dienst werd opgedragen door Wil. Hellemans, pastoor-deken. Zijne Em. de Kardinaal had er aan gehouden aan de Gelenaren zijn diepgevoelde deelneming te betuigen door zijn aanwezigheid op deze Dienst.

Op 23 oktober werd nogmaals een plechtige Dienst opgedragen in S. Amands voor al de oorlogsslachtoffers van Geel, ditmaal vanwege het Rode Kruis, afdeling Geel.

 

Op het ogenblik van de bevrijding was er grote nood in de parochie: zoveel families wier have en goed totaal opgebrand waren, hadden absoluut niets meer: geen eten, geen kleren, geen huisvesting. Fr moest voor die mensen heel dringend iets gedaan worden. De eerste hulp kwam natuurlijk vanwege de priesters, zij wachtten niet tot een officieel organisme van dienstbetoon tot stand kwam, maar gingen dadelijk aan het werk. Dank zij de medewerking van Eerw. Heer Heylen, professor aan de Landbouwschool, werd in de omliggende parochies, die niet geteisterd waren, een omhaling gedaan door de K.A.J en de B.J.B. jongens en meisjes. Geld, eetwaren, kleren en huisgerief stroomden binnen en werden aan de meest noodlijdenden uitgedeeld. Die taak was echter te ontzaglijk. Er werd dan van hogerhand ingegrepen en een nationaal steunfonds voor geteisterden gesticht dat het eerste initiatief opslorpte.

 

Na de bevrijding:

 

- De vliegende bommen. Juni 1944 begonnen de Duitsers met hun zo lang aangekondigde vergeldingsmaatregelen tegen Engeland uit wraak voor de bombardementen op Duitsland. Het waren de onzalige "vliegen de bommen" of V.1 en de niet minder beruchte raketbommen of V.2 . We hebben veel van die vliegende bommen zien overkomen, we hoorden ze ook dikwijls 's nachts, en bijna alle gingen in de richting Antwerpen.

Gelukkig voor ons is er geen enkele van die blinde wapens op onze parochie neergekomen, wel in de omliggende parochies: Bel, Stelen, Zammel,Winkelomheide, Larum, Holven en Kasterlee. Alleen in Kasterlee waren er slachtoffers. Buiten enkele gebroken ruiten (die nog maar pas ingezet waren) is er op onze parochie geen merkelijke schade aangericht door V.1 of V.2.

 

- De Vredesfeesten. V.E. (= Victory in Europe day) Die vredesfeesten werden hier, gelijk elders, met veel luidruchtigheid, maar zonder incidenten gevierd op 8 en 9 mei 1945. Later werd nog een heel week lang, alle avonden koncert en publiek bal gegeven op de markt.

 

- De reactie tegen de "zwarten". Gelijk overal was ook te Geel die reactie verschrikkelijk: woede die lang opgekropt zit en die dan ineens loskomt. Er waren zeker erge en strafwaardige gevallen, maar ook verscheidene gevallen van persoonlijke haat en wrok. Daarbij alles was na de bevrijding gedesorganiseerd, degenen die tijdens de bezetting door de Duitsers benoemd waren om de orde te handhaven, waren ofwel gevlucht ofwel toch uit hun ambt ontzet. Onder de oorlog waren er zeker heel verdienstelijke personen in de verzetbeweging, maar onmiddellijk na de bevrijding kwamen de "nieuwe" weerstanders als paddenstoelen uit de grond, ze werden gewapend of bewapenden zichzelf met de wapens die door de oorlogvoerenden achtergelaten waren. Verscheidene onder hen waren in het geval van de dief die roept: houdt de dief ! Zij zouden nu de gemeente gaan zuiveren van alle ongure en verdachte elementen. Op een eenvoudige aanklacht van gelijk wie, werden zogezegde verdachten door de mannen van de weerstand gehaald en opgesloten in de school van de Statiestraat. De behandeling die deze "zwarten" moesten ondergaan, deed verdacht veel denken aan de zo verfoeide nazi-methodes. Dat gebeurde de eerste dagen na de bevrijding.

 

Later, op Ons Heer Hemelvaartdag 1945 werd door enkele heethoofden meestal vreemden, bij enkele duitsgezinden of als duitsgezind dachten alle meubelen en huisraad kort en klein geslagen, op straat geworpen en verbrand.

Omdat de priesters, gelijk het hun heilige plicht is, tegen onrecht 'vaardige verdachtmakingen en mensonwaardige behandelingen met kracht protesteerden, werden zij door die heerschappen heel eenvoudig als "incivieken" aangeklaagd. en gebrandmerkt. Eenvoudig een antiklerikaal manoeuver om met één trek dood te verven al hetgeen de priesters onder de oorlog voor hun volk gedaan hadden.

 

S. Amands is zwaar gehavend uit de strijd gekomen: zoveel families in rouw, zielewonden die zo traag genezen; onmetelijke stoffelijke schade, de prijs voor de bevrijding werd hier duur betaald.

Na al het lijden, de onrust, de angst en de ontbering van die gruwelijke oorlog, hebben we deze beproeving dubbel zwaar gevoeld. Laten we hopen dat de noeste vlijt, het nooit falende optimisme en de diepe godsdienstzin van onze parochianen het hunne mogen bijdragen om die wonden te helen en die smart te doen vergeten.

 

 

Geel, 1 maart 1946

 

 

D. Van Hove Onderpastoor S. Amands Aalmoezenier Rijkskolonie